Als muren konden spreken...
Salve, een zegenspreuk die verankerd ligt in het 17e eeuwse monumentale pand, ooit patriciërswoning en meisjesinternaat. Een traditie van gastvrije verzorging die wordt voortgezet in het huidige hotel-restaurant. De verwachtingen die een zo monumentaal pand schept vormen de uitdagingen voor onze medewerkers: persoonlijke aandacht en tijd voor elke gast. Achter de sporen uit het verleden steken talloze verhalen. Zij vormen de stille getuigen die samen met de eigentijdse aanpassingen zorgen voor ambiance en een charmant hotel-restaurant met een duidelijke ziel. Respect voor de historie heeft continu voorop gestaan bij de restauratie van het pand. Van de oorspronkelijke inrichting is zoveel mogelijk bewaard gebleven. De houten vloer, geornamenteerde plafonds, blokkozijnen in mergel en schoorsteenmantel in meerkleurig Belgisch marmer ademen de rijke historie van het gebouw.
Het gebouw en haar bewoners in de 20ste eeuw.
Met betrekking tot het gebruik van het gebouw in de 20ste eeuw zijn de volgende feiten bekend. De Nederlands-Belgische familie Jongen-de Liège bewoonde het pand van begin 1912 tot medio 1964 met uitzondering van een periode gedurende de Tweede Wereldoorlog. Gedurende enige oorlogsjaren waren zowel Duitse als Amerikaanse militairen in het pand ingekwartierd, compleet met rollend materieel dat in de centrale hal geparkeerd stond. Ook bevond zich in die tijd een onderaardse gang naar het belendende huis van de familie Pieters.
Nadat de oorlog voorbij was kreeg de familie Jongen-de Liège haar pand volkomen uitgeleefd terug. Dankzij de oorlogsherstelsubsidie kon er echter veel worden opgeknapt. Zoals de gangen, die opnieuw behangen en helder wit werden geschilderd. De vele originele wandschilderingen uit vroegere tijden die hierbij aan het zicht werden onttrokken konden gelukkig bij de recente restauratie weer in oude glorie worden hersteld. Uit de naoorlogse periode stamt ook de vloerversiering rond de zegespreuk SALVE bestaande uit marmeren mozaïksteentjes die geleverd werden door Giel de Liège, familielid van de bewoners en uitbater van het bedrijf Pochain Clay met toentertijd vestigingen in Parijs en de Maastrichtse wijk ‘Wijck’.
Na vertrek van de familie Jongen-de Liège stichtte de Congregatie van Zusters van het Arme Kindje Jesus er een tehuis voor de opvang van moeilijk opvoedbare meisjes. Halverwege de negentiger jaren kwam ook aan deze bestemming een einde en bleef het rustig aan de Boschstraat 70 tot medio 1998 toen het pand werd aangekocht om er een luxe stadshotel van te maken. De opening ervan, na een rigoreuze restauratie van het gebouw, vond in december 1999 plaats.